S.V. BLAUWGEEL'38 (De jaren 1940 t/m 1949 )

In 1941 werd door de Bond het terrein aan de Udenseweg afgekeurd. Door een geweldige inzet van een aantal leden kon toch aan het seizoen 1941/1942 worden begonnen. De kleedlokalen moesten worden afgebroken om het terrein groter te kunnen maken. Maar daarmee waren de afmetingen nog niet groot genoeg en men trok de helft van een gemeenteweg, die aan de andere kant langs het terrein liep, er ook nog bij. Het eerste elftal eindigde in het seizoen 1941/1942 op de tweede plaats in de vierde klasse achter “Geel Bruin “ uit Helmond.De oorlogsjaren zijn ook voor Blauw Geel ’38 niet ongemerkt voorbijgegaan. Het ledenaantal liep terug en er was praktisch geen vervoer mogelijk. Op fietsen met ‘harde ‘banden moesten soms verre tochten worden gemaakt om een vriendschappelijke wedstrijd te gaan spelen. Ondanks al deze moeilijkheden leverde spelleider Van Oers op 25 mei 1942 de eerste kampioen van de vereniging r.k.s.v.Blauw- Geel ’38 af. Het was het tweede elftal dat in Schijndel kampioen werd in de tweede klasse Bisdom Den Bosch. Op 28 mei 1942 werd dit elftal in een feestvergadering gehuldigd. In de oorlogsjaren heeft zich bij r.k.s.v.Blauw- Geel ’38 ook het unieke feit voorgedaan, dat zowel het eerste als het tweede elftal op eigen verzoek een klasse lager gingen spelen. Het eerste elftal in de eerste klasse onderafdeling en het tweede elftal in de tweede klasse onderafdeling. Men had dit gevraagd in verband met de vervoersproblemen maar wel met de restrictie dat, wanneer deze opgelost waren, beide elftallen ook weer automatisch een klasse hoger gingen spelen. Na de oorlog is dit ook gebeurd. r.k.s.v.Blauw-Geel ‘38 had voor ruim 500 gulden oorlogschade geleden.
In het seizoen 1944/1945 was er geen competitievoetbal. Toch waren er op zondag altijd wel enige spelers op het voetbalveld De Beukelaar aan de Udenseweg te vinden. Zo ook op zondag 17 september 1944 toen Veghel werd bevrijd. Rond 14.00 uur waren ongeveer 30 spelers aan het trainen om weer in conditie te komen voor de competitie die hopelijk toch weer van start zou gaan. Plotseling kwam iemand opgewonden vertellen dat de parachutisten landden. In het vuur van het spel hadden deze spelers dat niet gemerkt. Direkt na de bevrijding was er van competitievoetbal natuurlijk nog geen sprake. Wel speelde de vereniging, evenals vele clubs in het zuiden, veel wedstrijden tegen Engelse militairen die in Veghel en omgeving gelegerd waren. Vaste beloningen voor de spelers waren chocolade en sigaretten.Met ingang van het seizoen 1945/1946 werd er weer normaal competitie gespeeld. In dit seizoen waren maar liefst vier trainers in aktie. Na de door de vereniging aangetrokken trainer Ruytenburg volgden de heer Zonnenburg en het duo Adriaan de Goey – Jan van de Vorstenbosch.In het seizoen 1946/1947 nam de vereniging voor het eerst met één A-juniorenteam deel aan de competitie. Er waren toen slechts 17 jeugdleden en het aantal seniorenleden bedroeg toen 114. Het seizoen daarna kwam daar ook nog een B-juniorenteam bij. Het feit dat er slechts weinig jeugdleden waren, kwam omdat vóór de oorlog en tijdens de oorlogsjaren de jeugd zoveel mogelijk door de Broeders werd opgevangen in de zogenaamde “Jonge Wacht” . In het seizoen 1946/1947 betaalde “de vereniging al aan spelers, want de toenmalige keeper van het eerste elftal Grard van Dooren kreeg nl. geld om een knecht te huren voor het melken van zijn koeien.In het seizoen 1947/1948 bezochten niet minder dan 10.000 betalende bezoekers de wedstrijden van het eerste en tweede elftal. Dit bracht toen bijna 2500 gulden aan entreegelden op.In 1948 vierde Blauw Geel op bescheiden wijze haar tweede lustrum. Ter gelegenheid van dit feest hadden de Eerwaarde Zusters een schitterende clubvlag gemaakt. Het eerste en tweede elftal speelden jubileumwedstrijden tegen het eerste en tweede elftal van v.v.Schijndel . Beide Blauw- Geelteams wonnen respectievelijk met 4 – 1 en 4 – 2.
Aan het einde van deze eerste 10-jarige periode had r.k.s.v.Blauw- Geel ‘38 bijna 170 leden.

Tijdens de ledenvergadering van 7 december 1948 werd door het lid Cuijten het idee geopperd, ten behoeve van alle verenigingen in Veghel, een gezamenlijk clubblad uit te geven. Dit was voor die tijd een erg revolutionaire gedachte, die echter op niets is uitgelopen.

Op 9 januari 1949 werd het eerste elftal, met trainer Driekske Klaassen als opvolger van trainer Lodensteijn, kampioen. In Gemert werd v.v.Gemert verslagen met 3-1 en omdat op die dag Gestelse Boys gelijk speelde was het kampioenschap binnen. Grote vreugde in geheel Veghel. Door de kerkelijke harmonie “De Eendracht “ werd het elftal bij de zuivelfabriek St. Lambertus afgehaald en in een vrolijke en bonte optocht ging het naar de zaal van Van Berkel. In dat seizoen was het eerste elftal de allereerste kampioen in Nederland.
Daarna moest er met v.v.Taxandria uit Oisterwijk en ESV uit Eindhoven worden gestreden om een plaats in de derde klasse KNVB. v.v.Taxandria en r.k.s.v.Blauw- Geel ’38 eindigden gelijk elk met vijf punten. De beslissingswedstrijd te Vught, waar 14 bussen uit Veghel met supporters naar toe gingen, eindigde in 3-2 in het voordeel van r.k.s.v.Blauw- Geel ’38 en daarmee was voor het eerst in haar bestaan het derde klasserschap behaald. Vele jonge mannen moesten in die jaren hun dienstplicht vervullen in het voormalige Nederlands Indië. Na het behalen van het kampioenschap in Gemert schreef Jan van de Vorstenbosch ( sterspeler van het eerste elftal ) een lange brief aan de Veghelse jongens in Indië.Eind 1949 was het ledental gestegen tot ongeveer 200.

LEES VERDER DE JAREN 1950-1959 >>